Daegu

Daegu: de handelsstad die een ander verhaal over modern Korea vertelt

Op een zomerdag merk je vrij snel waarom Daegu in Zuid-Korea zo sterk met hitte wordt geassocieerd. De stad ligt landinwaarts, omringd door bergen, en de warmte kan tussen de bebouwing lang blijven hangen. Wie vanuit Seoul of Busan aankomt, treft bovendien een stad die zich minder onmiddellijk lijkt te presenteren. Er is geen Han-rivier die het stadsbeeld bepaalt, geen kust zoals in Busan en geen verzameling koninklijke monumenten zoals in Gyeongju. Daegu vraagt iets meer tijd.

Juist daardoor is de stad interessant. Loop je vanuit het moderne centrum richting Seomun Market, Yangnyeongsi en de oude straten van Jung-gu, dan komen verschillende periodes van de Koreaanse geschiedenis opvallend dicht bij elkaar te liggen. Medicinale kruiden herinneren aan handelsnetwerken uit de Joseon-periode, rollen stof aan een industrie die tijdens de snelle economische ontwikkeling van Zuid-Korea een enorme betekenis kreeg, terwijl straten en monumenten verwijzen naar onafhankelijkheidsbewegingen en studentenprotesten. Daegu was achtereenvolgens een belangrijk regionaal bestuurscentrum, handelsstad en industriestad en probeert zich tegenwoordig opnieuw uit te vinden.

Daegu behoort daarmee misschien niet tot de eerste bestemmingen waaraan buitenlandse bezoekers denken wanneer ze een reis door Zuid-Korea plannen. Maar juist hier wordt zichtbaar dat de ontwikkeling van het land niet uitsluitend vanuit Seoul kan worden verteld. Wie Daegu beter leert kennen, ontdekt een stad waarin handel, ondernemerschap en burgerlijke betrokkenheid telkens opnieuw terugkeren — en waarin de geschiedenis van modern Korea soms gewoon tussen de winkels, marktkramen en eettentjes ligt.

Busan | Gamcheon Village
Busan | Haeundae Beach
Busan

Daegu, een stad tussen de bergen

Om Daegu te begrijpen, helpt het om eerst naar de kaart te kijken. De stad ligt in het zuidoosten van Zuid-Korea, in het binnenland van de historische regio Yeongnam. Rond de stad liggen bergen waaronder Palgongsan en Biseulsan. Die ligging in een bekken heeft gevolgen voor het klimaat: de stadsregering van Daegu wijst zelf op de relatief hoge temperaturen die hier kunnen ontstaan doordat de stad door bergen wordt omgeven.

De reputatie van Daegu als een van de heetste steden van Zuid-Korea is daardoor onderdeel geworden van de lokale identiteit. Toch vertelt die geografie meer dan alleen iets over de temperatuur. Het bergachtige landschap begrenst de stad, terwijl Daegu tegelijkertijd op een strategische plek in het zuidoosten van het schiereiland ligt. Tijdens Joseon was hier het provinciale bestuur gevestigd van de regio Gyeongsang. Daarmee werd Daegu niet alleen een bestuurlijk centrum, maar ook een plek waar goederen, mensen en informatie samenkwamen.

Dat historische handelskarakter is nog steeds herkenbaar in het centrum. Een van de beste plekken om die lijn te volgen is Seomun Market (서문시장). De naam betekent letterlijk 'westpoortmarkt', een verwijzing naar de ligging buiten de westelijke poort van de vroegere ommuurde stad. Tijdens Joseon groeide de markt uit tot een van de belangrijkste markten van Korea. Handelaren uit verschillende delen van het land kwamen hier samen en de ontwikkeling versnelde nadat Daegu aan het begin van de zeventiende eeuw een belangrijk provinciaal bestuurscentrum werd. Wie tegenwoordig door Seomun Market loopt, ziet daar op het eerste gezicht vooral een grote Koreaanse markt. Maar tussen kleding, stoffen, huishoudelijke artikelen en eetstalletjes ligt eigenlijk een groot deel van de economische geschiedenis van Daegu verborgen.

Van marktstad naar textielstad

Stof is daarbij belangrijker dan het misschien lijkt. Seomun Market staat nog altijd bekend om textiel, stoffen en hanbokwinkels, maar die handel kreeg vooral in de twintigste eeuw een veel grotere betekenis. Na de Koreaanse Oorlog ontwikkelde Daegu zich tot het centrum van de Zuid-Koreaanse textielindustrie. Dat gebeurde niet toevallig. Onderzoek naar de industriële geschiedenis van de stad laat zien dat Daegu vlak na de bevrijding van Japan nog een relatief diverse industriële structuur had. Na de Koreaanse Oorlog veranderde dat. De combinatie van goedkope arbeidskrachten en een sterk gestegen vraag naar kleding hielp de textielindustrie snel groeien.

In de jaren zestig kwam daar het Zuid-Koreaanse economische beleid bij. De regering zette sterk in op exportgerichte industrialisering en textiel werd een van de sectoren waarmee het land buitenlandse inkomsten kon verdienen. Het Korea Development Institute beschrijft hoe de Koreaanse textielsector na 1962 snel groeide door exportvraag en de opkomst van synthetische vezels. In Daegu waren de voorwaarden daarvoor al aanwezig. De verbinding met de oude handelsstad is opvallend direct. Volgens het Korea Research Institute for Textile Industry begonnen veel groothandelaren die rond Seomun Market actief waren in de jaren zestig zelf textiel te produceren. Handelskapitaal veranderde zo in industrieel kapitaal. In 1968 had Seomun Market volgens het instituut een aandeel van 24,4 procent in de nationale textielmarkt. Daegu laat daarmee op kleine schaal zien hoe de snelle economische ontwikkeling van Zuid-Korea werkte. De industrialisering kwam niet alleen voort uit enorme nieuwe fabrieken of overheidsplannen. Bestaande handelsnetwerken, ondernemers en regionale specialisaties werden onderdeel van een economie die steeds sterker op productie en export werd gericht.

Toen de traditionele textielindustrie later aan betekenis verloor, moest Daegu opnieuw veranderen. Seomun Market werd breder en ontwikkelde zich verder als algemene markt en voedselbestemming, maar textiel bleef zichtbaar. Wie er nu langs de stoffenwinkels en hanbokzaken loopt, kijkt daardoor niet alleen naar een traditionele markt. Dit is ook een overblijfsel van de periode waarin Daegu een van de motoren was van de Zuid-Koreaanse industriële groei.

Yangnyeongsi: handel begon hier veel eerder

Toch zou het verkeerd zijn om het economische verhaal van Daegu pas in de twintigste eeuw te laten beginnen. Op korte afstand van Seomun Market ligt Daegu Yangnyeongsi (대구약령시), de historische markt voor medicinale kruiden. De oorsprong ervan gaat terug tot de Joseon-periode. Daegu ontwikkelde zich tot een belangrijk centrum voor de handel in medicinale planten en andere ingrediënten die binnen de traditionele Koreaanse geneeskunde werden gebruikt. Volgens de Korea Tourism Organization trok de markt uiteindelijk handelaren uit onder meer China, Japan, Rusland en Mantsjoerije en bleef Daegu tot het begin van de twintigste eeuw een belangrijk knooppunt voor deze handel. De traditie bestaat inmiddels al meer dan 350 jaar. Daarmee krijgt het beeld van Daegu als handelsstad meer diepte. Lang voordat Zuid-Korea een exporteconomie werd en lang voordat textielfabrieken de stad bepaalden, bestonden hier al gespecialiseerde markten en handelsnetwerken.

Tegenwoordig is Yangnyeongsi tegelijkertijd een werkende handelsomgeving en cultureel erfgoed. Winkels verkopen nog altijd kruiden en producten uit de traditionele geneeskunde, terwijl het Daegu Yangnyeongsi Museum of Oriental Medicine de geschiedenis ervan presenteert. Dat betekent ook dat de straat niet simpelweg als een onveranderd stukje Joseon-Korea moet worden bekeken. Wat bezoekers tegenwoordig zien, is een combinatie van levende handel, erfgoed en toeristische presentatie. Precies dat maakt de plek interessant. Korea's moderne economie verving de oude handelsstad niet volledig. Sommige functies verdwenen, andere veranderden en weer andere werden onderdeel van de manier waarop een stad haar geschiedenis tegenwoordig presenteert.

Een stad waar burgers zich met Korea bemoeiden

Tussen die economische verhalen bevindt zich nog een andere laag die buiten Zuid-Korea veel minder bekend is. Daegu speelde meerdere keren een opvallende rol in maatschappelijke en politieke bewegingen. Een belangrijk voorbeeld begon in 1907. Korea stond op dat moment onder steeds grotere Japanse invloed en had aanzienlijke schulden bij Japan opgebouwd. In Daegu ontstond het idee dat burgers gezamenlijk geld konden verzamelen om de staatsschuld terug te betalen en zo de nationale onafhankelijkheid te helpen beschermen. Ondernemer Seo Sang-don stelde voor de schuld door bijdragen van de bevolking af te lossen; Kim Gwang-je riep onder meer op om te stoppen met roken en het uitgespaarde geld te doneren. De campagne verspreidde zich vervolgens vanuit Daegu over het land. De National Debt Repayment Movement (국채보상운동) slaagde uiteindelijk niet in zijn doel, maar de achtergelaten documenten laten zien hoe breed de beweging werd. UNESCO nam het archief ervan in 2017 op in het Memory of the World-register. De collectie bestaat uit 2.475 documenten over het ontstaan, de verspreiding en de reacties op de beweging.

In Daegu is die geschiedenis nog concreet aanwezig. Er is een National Debt Repayment Movement Archive en in het centrum bevinden zich plaatsen die met initiatiefnemers zoals Seo Sang-don verbonden zijn. Daarmee wordt een abstract verhaal over de laatste jaren vóór de Japanse annexatie ineens een lokale geschiedenis. Dezelfde stedelijke omgeving vertelt ook over het verzet tegen de Japanse koloniale overheersing. Op 8 maart 1919 vonden in Daegu demonstraties plaats die aansloten bij de landelijke March 1st Movement. De huidige March 1st Independence Movement Road loopt langs de route waar mensen zich destijds verzamelden. De negentig treden richting Gyesan Cathedral zijn tegenwoordig onderdeel van een wandelroute door de moderne geschiedenis van de stad.

Het gevaar van zulke historische routes is dat geschiedenis gemakkelijk decor wordt: een muurschildering, een oud huis en vervolgens een café. Maar wie weet wat zich hier afspeelde, ziet dat de smalle straten rond Jung-gu verschillende momenten verbinden waarop inwoners van Daegu zich actief mengden in grotere vragen over onafhankelijkheid en de toekomst van Korea.

28 februari 1960: scholieren de straat op

Die lijn loopt door tot na de Koreaanse Oorlog. Op zondag 28 februari 1960 zou oppositiekandidaat Jang Myon campagne voeren in Daegu in aanloop naar de presidents- en vicepresidentsverkiezingen. De regering van Syngman Rhee probeerde volgens de officiële geschiedschrijving te voorkomen dat scholieren de bijeenkomst zouden bezoeken. Ondanks dat het zondag was, moesten leerlingen van verschillende middelbare scholen naar school komen, onder uiteenlopende voorwendselen. Studenten van acht middelbare scholen kwamen daartegen in verzet en trokken de straten van Daegu in. De 2·28 Democratic Movement (2·28민주운동) wordt in Zuid-Korea officieel beschouwd als de eerste democratiseringsbeweging na de stichting van de Republiek Korea. De protesten gingen vooraf aan de gebeurtenissen in Daejeon en Masan en uiteindelijk de Aprilrevolutie van 1960, die een einde maakte aan het bewind van Rhee.

Sinds 2018 is 28 februari een nationale herdenkingsdag. In het centrum herinnert onder andere het February 28th Jungang Memorial Park aan de gebeurtenissen. Dat verhaal maakt Daegu moeilijk in één eenvoudig beeld te vangen. De stad en de omliggende regio worden in het hedendaagse Zuid-Korea vaak geassocieerd met conservatieve politiek, maar haar moderne geschiedenis bevat tegelijkertijd belangrijke momenten van burgerlijk en democratisch protest. Voor een bezoeker is juist die historische gelaagdheid interessanter dan een eenvoudig politiek etiket: steden behouden zelden gedurende eeuwen één vaste identiteit.

De smaak van Daegu ontstond niet in een toeristische brochure

Na al die geschiedenis lijkt eten misschien een luchtiger onderwerp, maar ook via de lokale keuken wordt duidelijk dat Daegu een eigen regionale cultuur heeft. De stad heeft gerechten die buiten de regio aanzienlijk minder vanzelfsprekend zijn dan kimchi, bibimbap of bulgogi. Een van de bekendste is makchang-gui (막창구이), gegrilde darm die meestal aan tafel wordt bereid en vaak samen met alcohol wordt gegeten. Daarnaast staat Daegu bekend om napjak mandu (납작만두), opvallend platte dumplings met een eenvoudige vulling, en om Dongin-dong jjimgalbi (동인동 찜갈비), pittig gestoofde runderrib. Ook ttarogukbap, noedelgerechten en muchimhoe behoren tot gerechten die de stad zelf als karakteristiek voor Daegu presenteert. Op Seomun Market komen verschillende van die tradities samen. Naast textiel en handelswaren zijn er kalguksu, kaljebi en napjak mandu te vinden, terwijl makchang elders in de stad complete eetstraten heeft gekregen.

Interessant is dat Daegu zich culinair niet noodzakelijk presenteert via verfijnde hofkeuken of beroemde historische gerechten. Veel kenmerkende gerechten zijn juist direct, betaalbaar, sterk van smaak en verbonden met markten, arbeiderswijken en uit eten gaan met anderen. Daarmee past het eten bij de geschiedenis van een handels- en industriestad. Wie Korea vooral kent via restaurants in Nederland of via gerechten die internationaal populair zijn geworden, ontdekt hier bovendien iets belangrijks: de Koreaanse keuken bestaat niet uit één nationale verzameling gerechten. Regionale eetgewoonten kunnen behoorlijk verschillen. Juist steden als Daegu maken die verschillen zichtbaar.

Palgongsan: de stad houdt niet op bij de bebouwing

Daegu wordt gemakkelijk als puur stedelijke bestemming gezien, maar de bergen die het klimaat mede bepalen, horen net zo goed bij haar identiteit. Ten noordoosten van het centrum ligt Palgongsan (팔공산), waarvan het gebied zich uitstrekt over Daegu en delen van de aangrenzende provincie Gyeongsangbuk-do. Sinds december 2023 is Palgongsan het 23e nationale park van Zuid-Korea. Het beschermde gebied beslaat ruim 126 vierkante kilometer en omvat bergtoppen, bossen, boeddhistische tempels en verschillende cultuurhistorische locaties. De hoogste top, Birobong, bereikt 1.193 meter. Palgongsan is daarmee geen natuuruitstapje dat toevallig naast Daegu ligt. De berg laat juist zien hoe dicht in Korea grote stedelijke gebieden en berglandschappen bij elkaar kunnen liggen. In en rond het massief liggen onder andere Donghwasa en andere boeddhistische locaties die de veel oudere geschiedenis van de regio zichtbaar maken.

Dat contrast verandert ook het beeld van Daegu zelf. Vanaf het drukke Dongseong-ro of een overdekte markt lijkt de stad volledig stedelijk. Een relatief korte verplaatsing brengt je echter in een landschap van bergpaden, tempels en bossen. Dat is niet uitzonderlijk voor Zuid-Korea, maar Daegu maakt die relatie tussen stad en bergen bijzonder duidelijk doordat de stad letterlijk door het landschap wordt omsloten. Wie Palgongsan wil wandelen, doet er goed aan vooraf de actuele informatie van de Korea National Park Service te controleren. Routes verschillen sterk in moeilijkheid en delen van het park kunnen vanwege weer of andere omstandigheden tijdelijk worden afgesloten. De officiële parkwebsite publiceert actuele toegangs- en route-informatie.

Van textiel naar muziek en een nieuwe stedelijke identiteit

De vraag die veel voormalige industriesteden uiteindelijk moeten beantwoorden, geldt ook voor Daegu: wat gebeurt er wanneer de industrie waarmee een stad groot werd niet langer dezelfde economische betekenis heeft? Daegu probeert daarop verschillende antwoorden te geven. Textiel is niet verdwenen, maar de stad richt zich daarnaast op nieuwe industrieën, technologie, cultuur en creatieve sectoren. Opvallend is vooral de rol die muziek daarin heeft gekregen.

Sinds 2017 is Daegu onderdeel van het UNESCO Creative Cities Network als Creative City of Music. Die erkenning sluit aan bij een langere muzikale geschiedenis. Volgens UNESCO was Daegu tijdens Joseon een centrum voor hofmuziek in de regio en speelde de stad later een rol bij de introductie van westerse muziek in Korea. Tijdens de Koreaanse Oorlog kwamen bovendien kunstenaars en musici naar Daegu, waardoor de stad een belangrijk cultureel centrum werd. Tegenwoordig probeert Daegu die geschiedenis voort te zetten via onder andere het Daegu International Opera Festival, muziekopleidingen en culturele instellingen.

Ook hier is het interessant om niet alleen naar het label te kijken. Een UNESCO Creative City is geen verklaring dat een stad toeristisch 'beter' is dan andere steden. Het is onderdeel van een internationaal netwerk waarin steden creatieve sectoren inzetten voor stedelijke ontwikkeling. Voor Daegu past dat in een bredere zoektocht naar een nieuwe identiteit nadat de traditionele textielindustrie haar dominante positie verloor. Op straat is die culturele stad op verschillende manieren zichtbaar. Dongseong-ro vormt een modern winkel- en uitgaansgebied, terwijl Kim Gwangseok-gil is gewijd aan de in Daegu geboren singer-songwriter Kim Kwang-seok. Oude markten, moderne warenhuizen, cafés, muziek en historische straten bestaan daardoor binnen een relatief compact stedelijk gebied naast elkaar.

Daegu bezoeken: juist het centrum te voet ontdekken

Wie zoekt naar wat te doen in Daegu of naar de belangrijkste bezienswaardigheden van Daegu, krijgt gemakkelijk een lange lijst voorgeschoteld. Voor deze stad werkt een andere benadering waarschijnlijk beter.

Begin in het historische centrum en loop. Rond Jung-gu liggen Seomun Market, Yangnyeongsi, Gyesan Cathedral, de March 1st Independence Movement Road, historische huizen en moderne winkelstraten dicht genoeg bij elkaar om de verschillende lagen van Daegu daadwerkelijk als één stedelijk verhaal te ervaren. De officiële Modern Culture Alley-route is ongeveer 1,3 kilometer lang en verbindt onder andere Cheongna Hill, de onafhankelijkheidsroute, Gyesan Cathedral en verschillende historische gebouwen. Seomun Market verdient daarbij tijd, niet alleen om te eten of winkelen, maar juist omdat hier het oude handelsverleden en de textielgeschiedenis samenkomen. Yangnyeongsi voegt daar een nog oudere economische laag aan toe. Wie vervolgens Dongseong-ro inloopt, staat binnen korte tijd weer midden in het hedendaagse commerciële Daegu. Voor een tweede deel van de ontdekking kan de stad juist worden verlaten richting Palgongsan. Daarmee ontstaat een veel completer beeld dan wanneer Daegu uitsluitend als stedentrip wordt benaderd.

De seizoenskeuze maakt verschil. De zomers kunnen heet en vochtig zijn, waardoor lange stadswandelingen midden op de dag minder aantrekkelijk worden. Voor wandelen in en rond Palgongsan zijn voorjaar en najaar doorgaans prettiger, waarbij vooral de herfst populair kan zijn. Actuele openingstijden van markten, musea en historische locaties moeten vooraf worden gecontroleerd; vooral traditionele markten kennen eigen sluitingsdagen. Zo vermeldt de Korea Tourism Organization momenteel dat Seomun Market doorgaans op de eerste en derde zondag van de maand sluit en dat de avondmarkt alleen in het weekend actief is, maar zulke regelingen kunnen veranderen.

Daegu is bovendien goed aangesloten op het Zuid-Koreaanse spoorwegnet. Hogesnelheidstreinen stoppen in Dongdaegu, waardoor de stad relatief eenvoudig met andere grote bestemmingen kan worden gecombineerd. Dat maakt Daegu bijvoorbeeld interessant als tussenstop tussen het centrale deel van het land en Gyeongju of Busan, al doet een korte overstap de stad eigenlijk weinig recht.

Daegu laat een Korea zien dat gemakkelijk wordt overgeslagen

Daegu heeft niet één monument waarmee de hele stad kan worden samengevat. Misschien is dat juist haar kracht. In Seomun Market is te zien hoe eeuwenoude handel uiteindelijk aansloot op de industrialisering van Zuid-Korea. In Yangnyeongsi gaat die handelsgeschiedenis nog verder terug. De straten rond Jung-gu herinneren aan inwoners die zich verzetten tegen koloniale overheersing, terwijl de gebeurtenissen van 28 februari 1960 Daegu verbinden met de ontwikkeling van de Zuid-Koreaanse democratie. En buiten het centrum laat Palgongsan zien dat zelfs een grote industriestad nooit losstaat van het berglandschap waarin zij is ontstaan.

Daegu helpt daarmee vooral om het bekende verhaal over Zuid-Korea breder te maken. De spectaculaire groei van het land vond niet alleen plaats in Seoul. Democratische bewegingen begonnen niet uitsluitend in de hoofdstad. En Koreaanse cultuur bestaat niet uit één nationale keuken, één stadsbeeld of één historische ervaring.

Misschien is dat precies waarom Daegu de moeite van het ontdekken waard is. De stad presenteert zichzelf minder gemakkelijk dan Seoul, Busan of Gyeongju, maar wie de verbanden eenmaal ziet, loopt er door verschillende hoofdstukken van dezelfde Koreaanse geschiedenis: van markt en medicinale kruiden naar textiel en export, van burgerbewegingen naar democratisering en van een industriële identiteit naar een stad die opnieuw probeert te bepalen wat zij wil zijn.

 

Meer ontdekken

Vanuit Daegu zijn verschillende verhalen binnen K-Life24 verder te volgen. Gyeongju laat zien hoe het zuidoosten van Korea er eeuwen vóór de moderne ontwikkeling uitzag, toen Silla vanuit deze regio een groot deel van het schiereiland bestuurde. Busan vertelt vervolgens een ander verhaal over modernisering: niet vanuit een binnenlandse handels- en textielstad, maar vanuit zeehandel, vluchtelingen en een internationale haven. Binnen K-Food kunnen napjak mandu, makchang en de regionale keuken van Daegu verder laten zien hoe sterk eten binnen Zuid-Korea per regio verschilt. En de gebeurtenissen van 28 februari 1960 en de Aprilrevolutie bieden een logische ingang voor een afzonderlijk K-Culture-artikel over de ontwikkeling van de Zuid-Koreaanse democratie.


Sneller ontdekken

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en duik steeds verder in Cultuur & verhalen, reis mee naar bijzondere steden en regio's via Reizen & plekken of ontdek bij K-Pop & Hallyu hoe Koreaanse muziek onderdeel werd van een wereldwijde culturele beweging.